Ben Law’s bosbeheer: Voorbeeld van lokaal en zelfvoorzienend wonen en werken

Ben Law in zijn bos 'Prickly Nut Wood' in Lodsworth, West Sussex, UK

Ben Law in zijn bos ‘Prickly Nut Wood’ in Lodsworth, West Sussex, UK

Zelfvoorzienend zijn is een droom van me. Nog geen 100 jaar geleden, streefde elk individu, elk gezin en elke natie ernaar om in grote mate zelfstandig te zijn van externe factoren en spendeerde veel van zijn tijd om dit te verwezenlijken. Fast forward naar vandaag zien we dat slechts een miniem aantal individuen en gezinnen en al bijna geen enkele natie nog zelfvoorzienend is. Alles wat we ondernemen, is afhankelijk van import op grote schaal. We zien ze niet, maar de wereld draait bijna volledig op een enorme vloot containerschepen, tankers en transportvliegtuigen die continue de wereld rond reizen om ons verse boontjes uit Tanzania, bananen uit Colombia, meubelen uit China en olie uit Canada te leveren. Denk die boten en vliegtuigen weg, om politieke of economische redenen, en op slag heb je een economisch onhoudbare situatie waarbij zonder twijfel op grote schaal doden vallen, zelfs hier bij ons. De energiecrisis is een goed voorbeeld. Of ze nu een kernreactor heropstarten of een houtgestookte centrale, in beide gevallen moet de brandstof vanuit het buitenland geleverd worden om ons van een black-out te besparen of anders gezegd: om onze maatschappij in stand te houden. Hoe is het zover kunnen komen, dat we op zulke grote schaal afhankelijkheid van een internationaal logistiek systeem tolereren?

Ik werk toe naar zelfvoorzienend zijn. Niet omdat ik bang ben dat ik ooit ‘zonder’ ga vallen, eerder omdat ik voel dat het me een vorm van spiritueel comfort brengt, mijn eigen boontjes kunnen doppen. Kiezen om zelfstandig te werken in plaats van als loontrekkende werken is daar een uiting van. Iemand zei me ooit ‘Ik ben liever een vrije wolf die nooit zeker is of hij die avond zal eten, in plaats van een hond aan de ketting, die zeker is van zijn maaltijd maar gebonden is aan zijn meester’. Niet iedereen heeft dezelfde risicotolerantie, maar het klopt ook wel voor mij…

Ik ben er van overtuigd dat onze huidige afhankelijke situatie voort komt uit een intellectuele dwaling van de moderne mens. De mens probeert via de wetenschap al geruime tijd zijn bestaan te doorgronden. We hebben technologisch rasse schreden vooruit gemaakt en ik ben uiterst dankbaar dat ik een lekkere koffie kan slurpen, terwijl ik dit artikel comfortabel draadloos kan schrijven op mijn laptop. Ik verwijt de wetenschap niets, maar heb wel commentaar op hoe ons bewustzijn mee is geëvolueerd. In onze technologische spurt vooruit, mede gestookt door de economische principes van de vrije markt, zijn we kosten beginnen externaliseren. Met andere woorden ‘gaan doen of sommige kosten niet bestaan’. Kernenergie is een duidelijk voorbeeld. We gebruiken naar hartelust uranium brandstofstaven, maar niemand weet wat we met het radioactief afval moeten doen. Als struisvogels begraven we het en hopen erop dat onze kinderen, of (achter)kleinkinderen er ooit raad mee weten… Voor bijna alle economische goederen is het zo: De kostprijs voor de gebruiker, is er slechts één voor de productie en de levering + winst, niet voor de werkelijke kost: het opruimen van de schade die we berokken bij het verwerven van de grondstoffen, de productie en het terug volledig afbreken van een product na gebruik.

Het is vandaag schier onmogelijk om te leven zonder ergens kosten te externaliseren. De koffie die ik daarnet loofde en die ondertussen in mijn maag verdwenen is mag dan wel Fair Trade en Bio zijn, hij is nog steeds met fossiele brandstof tot bij mij gekomen en die kerosine of diesel kan ik met de beste wil van de wereld niet terug herstellen. We doen het allemaal en er zijn slechts beperkte alternatieven. We weten het al lang: olie, kolen, gas en zelfs uranium geraken hoe dan ook op. Doen alsof dat niet zal gebeuren is redelijk naïef, maar tot op vandaag de meest courante omgangsvorm. De onderliggende drijfveer, is volgens mij het feit dat we in onze technologische en wetenschappelijke euforie, zijn vergeten dat we deel uit maken van een natuurlijk ecosysteem, dat ons niet nodig heeft om te bestaan, maar waar wij wel afhankelijk van zijn, hoe technologisch en ontwikkeld we ook mogen zijn. Het gekke van de zaak is dat alles waarvoor we ons vandaag voor op de borst kloppen, waar we fier over zijn omdat het ‘ons’ gelukt is, afgeleid is van natuurlijke elementen. De meeste uitvindingen, van vliegkunst tot moderne plastiek, zijn afgeleid van natuurlijke organismen bestuderen en kopiëren, of bestaande elementen hercombineren in de chemie. De alomtegenwoordige plastieken zakjes, waren ooit dinosauriërs of oervarens en zonder het natuurlijk ecosysteem zouden ze niet bestaan. De vliegkunst zou niet bestaand zonder heel lang naar vogels te hebben gekeken en eerst veelvuldig op onze smoel te vallen…

Ik pleit niet voor minder technologie maar voor het zoeken naar een nieuwe balans tussen technologie enerzijds en ons natuurlijk ecosysteem anderzijds. Elk organisme verandert een ecosysteem. Een regenworm bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat de bodem luchtiger en humusrijker wordt. Een regenworm heeft in zijn leven een netto positieve bijdrage in het ecosysteem waarin hij leeft. De Mens, die zichzelf vaak ongenaakbaar waant, verandert relatief veel aan de ecosystemen waarin hij leeft maar zelden is die bijdrage netto positief. Ik pleit ervoor ons net als de regenworm, terug als een deel van dat ecosysteem te zien en te kijken op welke manier we onze aanwezigheid tot een netto winst voor het ecosysteem kunnen omvormen, in plaats van een eenzijdig consumeren van dat ecosysteem. De huidige trend voor ‘duurzaam leven’ is al een stap in de goede richting, maar voor mij nog niet voldoende. Duurzaam betekent ‘lang meegaan’ of vaak ‘minimale impact’. In het beste geval creëren we dus een status quo waarin we onze ecosystemen niet verder kapot gaan… Er is geen enkele andere soort organisme die een netto negatieve bijdrage heeft aan zijn ecosysteem. We hebben de technologie om sneller en efficiënter dan welk ander organisme dan ook, een positieve bijdrage aan ecosystemen te leveren. Recente experimenten in China en Chili tonen aan dat we zelfs op 10 jaar tijd een woestijn in een groene oase kunnen omtoveren als we dat echt willen. Ik denk dat dit de essentie is van zelfvoorzienend zijn: symbiose creëren met onze leefwereld, deze versterken zodat we daarmee onszelf versterken…

Sweet Chestnut

‘Prickly Nut Wood’ genaamd naar de Tamme Kastanje die een essentieel onderdeel is van het ecosysteem waarin hij leeft en waarvan hij zijn levensonderhoud heeft gemaakt.

Het is niet allemaal kommer en kwel, in tegendeel. Mede door het internet, boeken, auto’s en ferry’s om het uur zijn we vandaag in staat om goede voorbeelden te bezoeken om ons mee te inspireren. Ik kwam recent op het spoor van Ben Law. Ben is een ‘woodsman’, iemand die leeft van een bos. Ik denk niet dat er een Nederlands woord voor bestaat. Na eerst zijn boek ‘Living in a wood in the 21st century’ te hebben verslonden zijn we hem gaan bezoeken in zijn bos: Prickly Nut Wood in Lodsworth, UK.

Ben Law is een interessante mens. Hij leeft bijna volledig zelfvoorzienend en volledig ‘off-grid’ met zijn gezin en is dus niet aangesloten op elektriciteit, gas, riolering en water. Dat voorziet hij allemaal zelf door hout te stoken voor warmte, zonne-energie te gebruiken voor stroom en zelf zijn water te zuiveren. Verder heeft hij een beroep gecreëerd waarmee hij in het levensonderhoud van zijn gezin kan voorzien en waarmee hij een netto  positieve bijdrage levert aan het ecosysteem waarin hij werkt. Hij heeft de oude traditie van ‘hakhoutbeheer’ (‘coppicing’ in het Engels) een nieuwe leven ingeblazen en heeft daarmee doorheen de voorbije 27 jaar heel wat innovaties verwezenlijkt en zichzelf door ervaring expert ten velde gemaakt.

Een hakhout ('coppice') perceel met Tamme Kastanje die vorig jaar gehakt werd en krachtig terug opgeschoten is met nog wat onverwerkt hout op de voorgrond en en enkele 'standaard' bomen op de achtergrond.

Een hakhout (‘coppice’) perceel met Tamme Kastanje die vorig jaar gehakt werd en krachtig terug opgeschoten is met nog wat onverwerkt hout op de voorgrond en en enkele ‘standaard’ bomen op de achtergrond.

Hakhoutbeer komt er op neer dat percelen met boomsoorten die daar goed mee om kunnen om de zoveel jaren tot op de grond gehakt worden. Tegenwoordig niet meer met een bijl, maar met de kettingzaag. Ben gebruikt meer en meer een batterij-aangedreven kettingzaag, nu die technologie matuur wordt, vooral omdat het veel stiller en gezonder werken is. Afhankelijk van welke soort hout en wat men met het hout wil doen, kapt men een hakhoutperceel om de zoveel jaar. Dat noemt men ‘een rotatie’. Soms heeft men dunne stammetjes nodig voor tuinomheining (Hazelaar en Tamme Kastanje) of voor gereedschapsstelen (Es) en kapt men na 3 tot 5 jaar, en soms wil men dikkere stammen voor weidepalen (Tamme Kastanje) of om mee te bouwen (Tamme Kastanje, Eik, Lork, etc…). Dat kunnen dan stammen van 30 tot 60 jaar zijn. Ook in België bestaan er hakhoutbossen, maar het knotten komt bij ons meer voor (het op rotatie hakken bovenop de stam, meestal bij Wilgen, Essen, Beuken en Eiken). Knotten is arbeidsintensiever en gevaarlijker dan hakken op de grond, maar heeft het voordeel dat dieren kunnen grazen onder de geknotte bomen zonder deze te beschadigen. Ze lusten die jonge scheuten namelijk graag.

Ben Law

Ben Law

Hakhoutbeheer is ecologisch gezien een veel betere optie dan de tegenwoordig omnipresente ‘plantages’. Bij een plantage plant men 1 soort die men 2 of 3 maal uitdunt en dan finaal helemaal wegkapt met zware machines. Je komt ze in België vaak tegen: de plantages met dichte dennen voor planken of schrale populieren voor papier, pulp of biomassaproductie. Doordat er maar 1 soort gebruikt wordt, is er erg weinig biodiversiteit en na de kaalkap blijft er een opengereten en door machines aangedrukt maanlandschap achter met weinig ecologische waarde. Bij hakhoutbeheer worden er meer en meer terug paarden gebruikt bij de extractie van hout, die veel minder schade aan de grond toebrengen, wendbaarder zijn en bovendien veel stiller en dus aangenamer werken. Doordat er in de winter gehakt wordt, wanneer al het sap van de stammen in de wortels getrokken is, ondervindt de boom weinig schade van de kap en schiet deze de volgende lente terug sterk omhoog. De stronken in Ben’s bos zijn soms meer dan 100 jaar oud. Hij nam ‘Prickly Nut Wood’ over nadat het bos al generaties als een ‘coppice’ beheerd was, maar voor zijn komst lang tijd was verwilderd. Doordat de percelen zo vaak gekapt worden, krijgen bloemen eens om de zoveel jaar 1 tot 2 jaar lang de tijd om met de overvloed van licht massaal in bloei te komen. Prickly nut wood wordt dan ook vaak bezocht door biologen die er erg zeldzame soorten aantreffen. Enkele percelen kregen enkele jaren geleden ook de SSSI standaard. ‘Site of Specific Scientific Interest’ of sites met bijzondere wetenschappelijke waarde.

Een Tamme Kastanje 'coppice' die 7-10 jaar geleden laatst gekapt werd. De biodiversiteit op de site is niet te vergelijken met een plantage met o.a. Hulst en varens die erdoor komen, verschillende zeldzame mossen en bloemen die slapen om bij een volgende kap massaal omhoog te komen.

Een Tamme Kastanje ‘coppice’ die 7-10 jaar geleden laatst gekapt werd. De biodiversiteit op de site is niet te vergelijken met een plantage met o.a. Hulst en varens die erdoor komen, verschillende zeldzame mossen en bloemen die slapen om bij een volgende kap massaal omhoog te komen.

Ben bouwt verder op een traditie van hakhoutbeheer in Zuid-Engeland, maar gaat ook verder dan de traditie. Met het oog op meer biodiversiteit experimenteert hij met gemengde bossen, met combinaties van verschillende bomen en zowel hakhout als grote bomen die pas na 50 tot 120 jaar mogen gekapt worden, de zogenaamde ‘standaarden’, die essentieel zijn als habitat voor vogels en in het geval van Eik, tot 300 gespecialiseerde ongewervelde dieren. Hij krijgt daarvoor vaak hulp van universiteiten en verenigingen.

Economisch gezien kan Ben een wijd gamma producten maken uit zijn bos. Tuinhekken met geweven Hazelaar zijn al eeuwen vaste stek in Britse tuinen en weideafsluitingen, poorten en hekwerk uit Tamme Kastanje is een vaste afzetmarkt omdat het hout buiten tot 30 jaar mee kan gaan zonder dat het behandeld moet worden. Meubels maakt en verkoopt hij in de zomer, wanneer er niet gekapt wordt. Daarnaast produceeert hij brandhout en houtskool voor de barbecues in de lente en zomer, een lokaal kwalitatief alternatief  voor houtskool uit verre landen en bedenkelijke ecologische impact.

Houtskool branden duurt een 3-tal dagen en wordt gedaan in een traditionele 'Kiln' die aanwezigheid vergt tijdens de eerste nacht. Een proces waar Ben van geniet, bij de gezellige warmte van de Kiln genieten van de nachtelijke activiteit in zijn bos.

Houtskool branden duurt een 3-tal dagen en wordt gedaan in een traditionele ‘Kiln’ die aanwezigheid vergt tijdens de eerste nacht. Een proces waar Ben van geniet, bij de gezellige warmte van de Kiln genieten van de nachtelijke activiteit in zijn bos.

Sinds enkele jaren is hij zich ook gaan specialiseren in het bouwen van huizen met groen rondhout, een nieuwe versie van traditionele bouwtechnieken. Het lijkt op houtskeletbouw, maar dan met volledige palen die enkel ontschorst worden en verwerkt worden binnen het jaar na de kap, als ze nog vochtig zijn van het sap. Daardoor zijn ze vlotter te bewerken met de hand en zetten ze zichzelf vast tijdens het drogen. De combinatie van rondhout en groene bewerking levert een uiterst sterke constructie op die steeds populairder wordt. Ben’s eigen huis, dat via deze ’roundwood timber framing’ techniek gebouwd werd immens populair nadat het tot publieksfavoriet werd verkozen in het programma ‘Grand Designs’ op het britse Channel 4. Je kan dit filmpje (8 minuten) even bekijken om een idee te krijgen van hoe het huis en dus de techniek eruit ziet.

 

Ben Law toont één van de tijdelijke woonsten in zijn bos die elk jaar door een 'apprentice' bewoond wordt, opgetrokken uit groenhout van op het land.

Ben Law toont één van de tijdelijke woonsten in zijn bos die elk jaar door een ‘apprentice’ bewoond wordt, opgetrokken uit groenhout van op het land.

Ben slaagt erin om zichzelf en zijn gezin te handhaven met zijn natuurlijke en zelfvoorzienende levensstijl. Doordat hij zijn ervaringen deelt met andere via boeken, cursussen en jaarlijks opleiden van 2 ‘apprentices’, helpt en inspireert hij ook anderen om concrete stappen richting zelfvoorziening te zetten. Je kan zelfs in België leerlingen van hem aanspreken om je te helpen met groenhout te bouwen of om het zelf te leren. In zijn dorp Lodsworth, in West-Sussex was hij mede-initiatiefnemer van het gemeenschapsproject ‘Lodsworth Larder’, de buurtwinkel. De winkel is eigendom van de gemeenschap, draait grotendeels op vrijwilligers en werd door Ben, met hulp van de gemeenschap gebouwd met hout uit Lodsworth. Het project heeft verschillende prijzen in de wacht gesleept, zowel op sociaal als op architecturaal gebied. Het is een prachtige plek.

Foto’s van de Lodsworth Larder

Ben bewijst dat je geen weirdo moet zijn om in balans met de omgeving te leven, om zelfvoorzienend te zijn en om een netto sociale en ecologische meerwaarde te brengen tijdens je leven op deze planeet. Het zal niet iedereen geroepen zijn om in een bos te gaan wonen en werken, maar ik ben ervan overtuigd dat een shift naar meer natuurlijke vormen van wonen en werken een eerste stap is naar een meer gebalanceerde samenleving die technologie bewust gebruikt om een netto surplus te genereren. Een samenleving die zichzelf geen rad voor ogen draait door kosten te externaliseren en de struisvogel uit te hangen maar zijn creatieve vermogens gebruikt om in balans te evolueren, met alle andere organismen op de planeet.

Het begint bij het individu: waar ligt jouw passie en hoe kan je die omzetten tot een beroep waarmee je jezelf uitdaagt en ontwikkelt, waar je van kan leven en genieten, waarmee je een sociale bijdrage levert  én een netto surplus oplevert voor het ecosysteem waarin je woont en werkt? Up to you… And have fun!

Artikel oorspronkelijke elders gepubliceerd

Foto’s door Stijn De Winter, gelicenseerd onder creative commons licentie

PURE Milieutechniek: weerbaarheid via natuurlijke zuivering

Hebben we deze winter nog stroom of niet? Vandaag een actueel thema in onze media nu nog meer kernreactoren zijn stilgelegd en we meer dan 30% van onze elektriciteit in het buitenland moeten kopen. We zijn het goed gewoon hier in België: stekker in het stopcontact om even een toestel op te laden, de thermostaat een graadje hoger als het fris wordt, een huis vol schakelaars voor het licht en overvloedig warm water uit de kraan, het kan niet op. Of toch wel misschien? Ik heb het zelf lang niet in vraag gesteld tot ik in Afrika en Azië aan de lijve ondervond hoe het is om gerantsoeneerd met water en energie om te moeten gaan. In Kathmandu, Nepal heb je 4 uurtjes stroom per dag, als je geluk hebt. De rest van de dag is er dus geen kunstlicht, geen warm water tenzij via een primitieve zonneboiler op het dak, geen internet en zelfs vaak ook geen gsm verbinding. Water uit de kraan drinken is er ook niet bij, want het grondwater is er zwaar vervuild en de ondergrondse drinkwaterleidingen zijn lek, waardoor met fecaliën vervuild afvalwater gewoon in de waterleidingen sijpelt… Zo erg is het bij ons natuurlijk niet, maar hoe werkt het hier dan? Hoe is het mogelijk dat de regering van een van de meest ontwikkelde gemeenschappen in de wereld nu moet bespreken welke dorpen en steden men in Vlaanderen zonder elektriciteit zal zetten als er geen oplossing gevonden wordt voor de winter? Kunnen we misschien ook iets leren van de methoden die Nepalezen en Afrikanen gebruiken om in hun behoeften te voorzien?

Nakend gebrek is een aanleiding om eens na te denken over hoe het anders kan, hoe we minder afhankelijk en dus weerbaarder kunnen zijn voor externe invloeden zoals storingen in publieke of commerciële nutsvoorzieningen.

Ik ging op bezoek bij Marc Daelemans van PURE mileutechniek in Okselaar (Zichem) -pleitbezorger van burgerweerbaarheid via natuurlijke zuivering- om te leren het zo ver is kunnen komen. Marc is een internationale referentie als het op waterzuivering aan komt. Wat zonnepanelen, windturbines en houtkachels zijn voor lokale energievoorziening, zijn natuurlijke regen- en afvalwaterzuiveringsinstallaties voor onze water aan- en afvoer. Met zijn bedrijf legt hij in binnen en buitenland biologische zuiveringsinstallaties aan voor particulieren, organisaties en overheden. Voor we het over de praktische kant van natuurlijke zuivering hebben, vind ik het gepast even te bestuderen hoe onze huidige nutsvoorzieningen georganiseerd zijn.

België is bij uitstek een land van gecentraliseerde systemen. Bijna elk huis is aangesloten op meerdere netten van nutsvoorzieningen: elektriciteit en gas dat via de netten van Elia, Infrax en Eandis tot bij ons komt, coax kabel via Telenet en koper of glasvezel van Belgacom voor onze televisie en internet, leidingwater via één van de 12 regionale drinkwater maatschappijen dat na gebruik weer weg vloeit via gemeentelijke of intercommunale rioleringsnetten. Er is een evolutie om op steeds grotere schaal te werken. In het begin van de eeuwwisseling bijvoorbeeld, stonden de Antwerpse gemeenten nog zelf in voor hun eigen rioleringen, na 2005 verschoof het beheer steeds vaker door naar intercommunales.

Bouw van een klassieke riolering, vandaag de norm in Vlaanderen

Bouw van een klassieke riolering, vandaag de norm in Vlaanderen.

De reden om te centraliseren is vaak dat er schaalvoordelen optreden: grotere organisaties zijn meestal in staat om de kosten per eenheid (bijvoorbeeld een kubieke meter drink- of afvalwaterzuivering) te drukken. Het nadeel is dat we in ruil voor die schaalvoordelen, vaak ook een grotere afhankelijkheid krijgen. Men noemt dat ‘single points of failure’ die nu het best gedemonstreerd worden in onze energievoorziening. Neem je eigen zonnepanelen weg en jouw gezin heeft daar alleen last van, leg het handvol kernreactoren in Doel en Tihange plat en miljoenen mensen hebben daar impact van.

Economische kostprijs is echter niet de enige drijfveer om te centraliseren. ‘Controle’ is vaak minder zichtbaar als drijfveer, maar naar mijn eigen mening zeker zo belangrijk. Wanneer we naar commerciële instellingen kijken is controle over de markt door middel van een ‘marktaandeel’ vaak de primaire drijfveer voor een bedrijf. Een groter marktaandeel is doorgaans een belangrijke factor in de potentiële winst die men per kwartaal aan de aandeelhouders kan (moet) voorleggen. Kijk even hoe Telenet en Belgacom mekaar bekampen in hun marketing en je hebt een goed idee van de concurrerende dynamiek die zo ontstaat.

Als we over publieke of semi-publieke instellingen spreken (gemeentelijke-, intercommunale- en regionale nutsbedrijven) speelt deze dynamiek van controle ook. Je zou het ‘politiek marktaandeel’ kunnen noemen. Controle uit zich dan in de manier waar op de bestuursorganen en managementteams worden samengesteld: wie heeft wat te zeggen en welke politieke kleur heeft die persoon dan? Met de legislaturen die komen en gaan, verschuiven de verhoudingen analoog met de verkozen partijen en mandatarissen en daarmee dus ook het beleid.

Mensen zijn doorgaans behoudsgezind en dat zie je ook in de structuren die door mensen zijn gebouwd. Belgacom verdedigt zijn marktaandeel ten opzichte van concurrenten zoals Telenet en de kleinere spelers met alle mogelijk middelen. Belgacom moest politiek verplicht worden haar telefonie-infrastructuur (die ooit volledige publiek was) te delen met andere spelers. Als het aan hen gelegen had, hadden ze dat nog niet zelf gedaan waarschijnlijk. Een machtspositie geeft een zeker comfort voor de bezitter ervan, dat men doorgaans wil verdedigen.

Die behoudsgezindheid speelt ook in de politiek en in door politieke instanties bestuurde nutsbedrijven. De opdracht van de (semi) publieke nutsbedrijven is de burger van een zo goed mogelijke service voorzien tegen een zo laag mogelijke kostprijs. Het is echter heel erg moeilijk om die publieke doelstelling volledig los te koppelen van de individuele drijfveren van de mensen die deze opdracht via een rechtstreeks, of informeel politiek mandaat vervullen. Hun maatschappelijke positie, hun positie in de partij, hun loon, de onzekerheid van het politieke landschap in de volgende legislatuur, het speelt allemaal mee. Een sterkere organisatie die op een grotere schaal opereert en dus meer slagkracht heeft kan nuttig zijn voor de burger, maar zeker ook voor de individuen die daarmee meer macht, of inkomen verwerven. Het vergt ontzettend veel intern en soms ook extern leiderschap om de balans tussen individuele- en publieke belangen te bewaken. Het is aan de kritische burger om te oordelen of dat steeds voldoende gebeurt.

Dit probleem is niet nieuw. In 1891 schreef de toenmalige paus een een encycliek: Rerum Novarum. Hij stelde vast dat er enerzijds liberale politieke structuren bestonden die de individuele vrijheden zo bevochten dat via ongebreideld kapitalisme, er een grote verarming optrad van de gewone burger en een verrijking van een politieke en industriële elite. Anderzijds had je totalitaire staatssystemen waar de staat alles voor het individu regelde en de individuele vrijheden quasi nihil waren. Rerum Novarum pleitte voor subsidiariteit, waarbij verantwoordelijkheden zo laag mogelijk gelegd dienden te worden als een gebalanceerde oplossing tussen geen staat enerzijds en een totalitair regime anderzijds. Anders gezegd: laat de burger doen wat hij kan en collectiviseer pas vanaf het punt dat het werkelijk veel goedkoper / nuttiger is om te collectiviseren en dat ook nog eens in verschillende stappen. Van burger naar buurt, van buurt naar gemeenschap, van gemeenschap naar regio, van regio naar natie, van natie naar supranationaal.

Deze lange intro brengt ons tot bij de kern van het probleem: We zijn dat subsidiariteitsbeginsel, o.a. door controle geïnspireerde besturen even uit het oog verloren. Verschillende nutsvoorzieningen zijn bijna of compleet collectief, vaak ook commercieel. Onze water- en afvalwatervoorziening is ook bijna compleet gecollectiviseerd. Burgers of gemeenschappen die in hun eigen drinkwater of waterzuivering voorzien zijn een rariteit terwijl de kostprijs lager en de werkelijke waarde van een eigen of kleinschalige voorziening aanzienlijk hoger is. De kostprijs van een voorziening is relatief gemakkelijk te becijferen. Een eenvoudig biologisch filtersysteem voor afvalwater, zoals Marc het met PURE milieutechniek bouwt, begint bij een kostprijs van 4 tot 5000 euro. In vele gevallen is dat veel goedkoper dan de werkelijke kostprijs van een rioleringsaansluiting. De via belastingsgeld gebouwde collectieve systemen kosten zeker in rurale gebieden, dorpen dus, drie tot viermaal zo veel.

Voor mij is het element ‘waarde’ eigenlijk nog belangrijker dan ‘kostprijs’ als we over dit thema spreken. In ‘waarde’ zitten elementen zoals ecologie, weerbaarheid, esthetiek, levensduur, onafhankelijkheid, etc… In ons huidig drinkwatersysteem wordt water opgepompt, gezuiverd en geleverd op een niet duurzame manier. In Halle-Zoersel bijvoorbeeld, pompt men meer water op dan wat er natuurlijk terug aangevuld wordt. Dit betekent dat men steeds dieper moet pompen en dat bomen beginnen te sterven omdat hun wortels niet meer diep genoeg kunnen om aan de steeds dalende watertafel te geraken.

Ter zelfde tijd wordt ons hemelwater (neerslag) en afvalwater bijna overal samengebracht door een netwerk van betonnen rioleringsbuizen. Die buizen komen samen in mechanische zuiveringsinstallaties: grote, bijna industriële verwerking van afvalwater. Het probleem daarmee is dat water weggevoerd wordt, waardoor het niet langer het grondwater in bodem kan aanvullen, wat deels de oorzaak is van problemen zoals in Halle-Zoersel. Bij watersnood is de afvoer beperkt door het debiet van het systeem. Als er te veel water is bij hevige neerslag, overstroomt dat regenwater, gemengd met afvalwater dus in dorpen of uit het zicht is speciaal daarvoor ontworpen zones.

Anderzijds is het afvalwater dat in de mechanische zuiveringsinstallaties komt zo verdund door hemelwater, dat de rioolwater zuiveringssystemen niet kunnen werken. Je leest dit goed: die peperdure industriële installaties kunnen het water onvoldoende zuiveren omdat het te zuiver (verdund door regen) in deze installaties komt. Dat is een van de redenen waarom wij in Vlaanderen mee van de slechtste van de Europese klas zijn als het op oppervlaktewater kwaliteit komt (beken, plassen en rivieren).

Er is niets mis met industriële zuivering in druk bevolkte stedelijke gebieden met een geconcentreerde hoeveelheid afvalwater, daar zijn ze waarschijnlijk erg goede oplossingen voor. We hebben ze echter overal, tot in gehuchtjes toe. Het is deze eenheidsworst die momenteel een financiële en ecologische ramp betekent met op de koop toe een verhoogd risico op overstromingen, omdat we de natuur tegenwerken in het afvoeren van overtollig regenwater via een beperkt betonnen buizensysteem.

Het hoeft echter zo niet te zijn. In onze buurlanden Frankrijk en Duitsland bijvoorbeeld, gaat het er helemaal anders aan toe. De burger wordt er aangemoedigd zelf in zijn afvalwaterzuivering te voorzien en wordt er ook streng op gecontroleerd, strenger dan wij onze collectieve, niet-performante systemen controleren. Dat is globaal gezien goedkoper én waardevoller op vlak van ecologie en zelfredzaamheid van de burger. Bijkomend wordt het grondwater aangevuld dat de drinkwater bevoorrading ten goede komt en verwerkt iedereen zijn eigen hemelwater lokaal in plaats van via een collector die geregeld overstroomt bij noodweer, wat veel efficiënter is.

De regelgeving in Vlaanderen is gebouwd om collectieve mechanische systemen te promoten. Net deze systemen blijken behalve in grotere steden dan niet goed te werken. Wil je als burger zelf regenwater of afvalwater zuiveren, dan wordt je daar in afgeraden, soms zelfs verboden door lokale regels.

Ik pleit dus net als Marc, voor het promoten van subsidiaire systemen: doe zelf wat je op die schaal best kan en spoor je lokale politieke mandatarissen aan je daarin te steunen. Marc raadt iedereen aan een gescheiden afvoer van regen en afvalwater te voorzien met een goede voorzuivering: een septische put van minimaal 6000l capaciteit, 1500l per persoon. Dat is in Duitsland de norm. Betonnen putten zijn vlot verkrijgbaar, maar polyester zoals ze in Frankrijk veel gebruikt worden, is eigenlijk duurzamer. Het in beton benodigde cement vergt ontzettend veel energie om te vervaardigen en polyester putten gaan veel langer mee dan de betonnen. Een goede voorzuivering is de basis. Natuurlijke waterzuivering, op basis van riet- en/of moerasplanten geniet de voorkeur. Een gemiddeld gezin kan zo in de eigen afvalwater zuivering voorzien voor een prijs tussen 4 a 5000euro indien men beschikt over een afdoende voorzuivering met voldoende grote septische put voor alle afvalwaters en een gescheiden rioolstelsel.

Een kleinschalig natuurlijk zuiveringssysteem voor school De Regenboog.

Een kleinschalig natuurlijk zuiveringssysteem voor school De Regenboog.

Voor grotere groepen mensen, van 50 of meer personen werkt men niet langer met een septische put, maar met een vermaalpomp, dan slibcompostering met lage waterstand en daarna een plantenfilter met hoge waterstand. De nu gangbare technieken zijn fel geëvolueerd de laatste decennia en instituten zoals het gerenommeerde Max Planck Instituut deden er extensief onderzoek naar. Het grootste natuurlijke zuiveringsbekken ter wereld in Oman werd mede ontworpen door dipl. Ir. Wolf Dieter Rausch van PURE Milieutechniek en won in 2011 de wereld waterprijs, uitgereikt door Kofi Annan.

Het grootste natuurlijk zuiveringsstation ter wereld in Oman.

BMU-Nimr-Water-Treatment

reed-bed-watert-treatment-plant

Dichter bij huis werkt de Abdij van Averbode al 15 jaar tot grote tevredenheid met dit systeem. In de meeste gevallen is natuurlijke zuivering niet alleen goedkoper, het is ook veel waardevoller op andere domeinen…

Het natuurlijk zuiveringsstation van de abdij van Averbode

Het natuurlijk zuiveringsstation van de abdij van Averbode

Zelfs met de recente ontwikkeling inbegrepen, hebben we nog maar het begin van het ruim potentieel van natuurlijke zuivering ontdekt. Wist je dat riet dat in zuiveringsbekkens groeit, sneller en meer biomassa produceert (43 ton / ha/jaar) dan snelgroeiende bomen bestemd voor biomassa verbranding (3,2 ton / ha/jaar) en tevens dubbel zoveel calorieën oplevert bij verbranding (5600 – 6000 Kcal/kg)? De biomassa van zuiveringsbekkens is dus een betere brandstof dan bomen die voor dat doel gekweekt worden. Ook luchtzuivering met planten, lang enkel door NASA gebruikt, begint stilaan zijn weg naar de particuliere markt te vinden.

Bouw van een particulier rietveld (foto PURE Milieutechniek)

Bouw van een particulier rietveld.

PURE Milieutechniek begeleidt zowel particulieren als organisaties en lokale besturen in binnen- en buitenland in het ontwerpen en plaatsen van biologische drink- en afvalwater systemen. Ze zijn tevens in de laatste fase van de ontwikkeling van een biologisch luchtfilter. Je kan Marc Daelemans contacteren via de website van PURE Milieutechniek.

Artikel oorspronkelijk elders gepubliceerd

Alle rechten op de foto’s voorbehouden aan PURE Milieutechniek

Frank Anrijs: Verbinden via permacultuur

Even geleden was ik bij Frank Anrijs op bezoek in zijn tuin Yggdrasil. Eigenlijk is het niet helemaal correct dat ik het ‘zijn tuin’ noem, want Yggdrasil is een project dat 19 jaar geleden opgericht werd door Frank’s ouders Piet en Lucrèce toen ze vanuit het Leuvense, landelijker kwamen wonen. Hij was toen 17 jaar oud en heeft de hele evolutie van de tuin meegemaakt. Frank heeft sinds kort het roer van het bedrijf overgenomen.

Yggdrasil is een leuke plek om te zijn. Het is een mature tuin die harmonie ademt. Niet omdat alles er recht of symmetrisch is aangelegd, maar omdat de natuur er in harmonie is. Je voelt dat er een evenwicht is gevonden tussen de mens, de planten, de dieren en de bodem. Yggdrasil heeft vandaag verschillende gedaantes. Het is een permacultuurtuin, waar mensen kunnen komen leren over permacultuur in al zijn gedaantes, een ontmoetingsplek, maar ook in beperkte mate nog een biologisch boerenbedrijf.

Permacultuur is heel breed natuurlijk. Veel mensen denken dat permacultuur een nieuwe manier van biologisch tuinieren is. Als er voeding wordt geteeld op een door permacultuur geïnspireerde wijze, zal dat steeds biologisch zijn, dat klopt. Meer nog dan hoe men op een duurzame en gezonde wijze voeding kan verbouwen, gaat Permacultuur over relaties. Relaties tussen planten onderling en de relatie van de mens tot die planten. Centraal bij Yggdrasil is de relatie met de bodem, waar al 19 jaar lang heel veel expertise is in opgebouwd. De bodem is de basis, zowel de tastbare ondergrond waarop groentjes en fruit worden gekweekt, maar de ook filosofische bodem van waaruit gewerkt wordt. Permacultuur is vooral op zoek gaan naar gunstige relaties die elkaar versterken.

Toen ik met Frank sprak werd me duidelijk dat Frank permacultuur leeft. Hij is heel bedreven in ecologisch tuinieren en kan dat heel gemakkelijk overbrengen aan zijn medemens maar zijn grootste gave -althans voor mij- is verbindingen zoeken. Frank onderzoekt en verkent. Het liefste wat hij doet, vertelde hij me, is experimenteren en dan zijn ervaring delen. Dat doet hij via zijn blog, de natuurlijke moestuin. De aandachtige lezer zal er merken dat Frank niet alleen over (beginnen met) tuinieren schrijft, maar zich ook regelmatig kritisch uitlaat over gangbare technieken en ideeën. Zijn meningen vloeien voort uit zijn experimenten in de praktijk. Toen ik bij hem op bezoek was en een aantal vragen stelde over wat ik gelezen had over stikstof fixerende planten (na de kruidenspiraal, waarschijnlijk het meest iconische concept in de recente permacultuur-lectuur), vertelde hij me doodleuk: “ik heb het verschillende jaren getest hier en er is nauwelijks tot geen positief effect te merken. Zorg dat je een goede bodem hebt en alles groeit goed.” Frank is absoluut geen bandrecorder die boeken citeert, maar een ervaren en vooral kritisch persoon die pas spreek als hij zijn hypotheses getest heeft.

Een experiment: stikstoffixerende groebedekkers met interplanten van eetbare gewassen: geen super resultaat

Een experiment: stikstof fixerende groenbedekkers interplanten met eetbare gewassen zoals sla: geen super resultaat

Frank vond dat er niet genoeg goede informatie beschikbaar was over hoe je ‘van niets’ met een op permacultuur gebaseerde moestuin kon beginnen. Alhoewel Yggdrasil een feest voor het oog en prachtige educatieve omgeving is, besefte Frank dat de ligging van de tuin nabij Tienen in Vlaams-Brabant een beperkende factor was voor zijn bereik. 2 jaar geleden begon hij daarom met een een online cursus natuurlijk moestuinieren. Die heeft succes. Over het hele land volgen enthousiastelingen de cursus waarin een jaar lang, van oktober tot oktober de voorbereiding, het zaaien en het oogsten en alles wat daarbij komt kijken stap voor stap wordt uitgelegd en begeleid.

Over het hele land starten mensen met de aanleg van een natuurlijke moestuin onder begeleiding van Frank.

Over de hele lage landen  starten mensen met de aanleg van een natuurlijke moestuin onder begeleiding van Frank.

Frank ziet potentieel voor nieuwe verbindingen en zorgt dan dat die er komen. Hij is een man van de actie, voor hem gaat het vaker te traag dan te snel. Hij is mede-initiatiefnemer van permacultuur.be waar we eerder op deze site al een artikel over schreven. Op die manier draagt hij bij aan de verspreiding en versterking van permacultuur in België en Nederland.

Frank vertelde me dat hij zelf een interne graadmeter heeft in hoe hij zijn tijd besteedt. 80% van wat hij doet, geeft hij gratis weg, met de overige 20% voorziet hij in zijn levensonderhoud. Dit vind ik persoonlijk heel erg sterk en integer omdat het zulke een mooi voorbeeld is van hoe je met je werk en je passie om kan gaan. Jezelf onderhouden is essentieel om te kunnen geven en door dat goed te balanceren, kan je heel veel mooie dingen realiseren.

Je kan Frank soms ontmoeten op Yggdrasil tijdens de openingsuren van de hoevewinkel of op periodieke open-tuin dagen en andere activiteiten. Je bent ook welkom in de zelfpluktuin of je kan online zaden bestellen. Binnenkort gaan er enkele lezingen door bij Yggdrasil, hou zeker de site in de gaten. Dit is waar Frank momenteel mee bezig is. Ik ben ervan overtuigd dat hij zijn leven lang nieuwe insteken zal vinden om te experimenteren en te delen. Je hebt me geïnspireerd Frank, bedankt.