Ben Law’s bosbeheer: Voorbeeld van lokaal en zelfvoorzienend wonen en werken

Ben Law in zijn bos 'Prickly Nut Wood' in Lodsworth, West Sussex, UK

Ben Law in zijn bos ‘Prickly Nut Wood’ in Lodsworth, West Sussex, UK

Zelfvoorzienend zijn is een droom van me. Nog geen 100 jaar geleden, streefde elk individu, elk gezin en elke natie ernaar om in grote mate zelfstandig te zijn van externe factoren en spendeerde veel van zijn tijd om dit te verwezenlijken. Fast forward naar vandaag zien we dat slechts een miniem aantal individuen en gezinnen en al bijna geen enkele natie nog zelfvoorzienend is. Alles wat we ondernemen, is afhankelijk van import op grote schaal. We zien ze niet, maar de wereld draait bijna volledig op een enorme vloot containerschepen, tankers en transportvliegtuigen die continue de wereld rond reizen om ons verse boontjes uit Tanzania, bananen uit Colombia, meubelen uit China en olie uit Canada te leveren. Denk die boten en vliegtuigen weg, om politieke of economische redenen, en op slag heb je een economisch onhoudbare situatie waarbij zonder twijfel op grote schaal doden vallen, zelfs hier bij ons. De energiecrisis is een goed voorbeeld. Of ze nu een kernreactor heropstarten of een houtgestookte centrale, in beide gevallen moet de brandstof vanuit het buitenland geleverd worden om ons van een black-out te besparen of anders gezegd: om onze maatschappij in stand te houden. Hoe is het zover kunnen komen, dat we op zulke grote schaal afhankelijkheid van een internationaal logistiek systeem tolereren?

Ik werk toe naar zelfvoorzienend zijn. Niet omdat ik bang ben dat ik ooit ‘zonder’ ga vallen, eerder omdat ik voel dat het me een vorm van spiritueel comfort brengt, mijn eigen boontjes kunnen doppen. Kiezen om zelfstandig te werken in plaats van als loontrekkende werken is daar een uiting van. Iemand zei me ooit ‘Ik ben liever een vrije wolf die nooit zeker is of hij die avond zal eten, in plaats van een hond aan de ketting, die zeker is van zijn maaltijd maar gebonden is aan zijn meester’. Niet iedereen heeft dezelfde risicotolerantie, maar het klopt ook wel voor mij…

Ik ben er van overtuigd dat onze huidige afhankelijke situatie voort komt uit een intellectuele dwaling van de moderne mens. De mens probeert via de wetenschap al geruime tijd zijn bestaan te doorgronden. We hebben technologisch rasse schreden vooruit gemaakt en ik ben uiterst dankbaar dat ik een lekkere koffie kan slurpen, terwijl ik dit artikel comfortabel draadloos kan schrijven op mijn laptop. Ik verwijt de wetenschap niets, maar heb wel commentaar op hoe ons bewustzijn mee is geëvolueerd. In onze technologische spurt vooruit, mede gestookt door de economische principes van de vrije markt, zijn we kosten beginnen externaliseren. Met andere woorden ‘gaan doen of sommige kosten niet bestaan’. Kernenergie is een duidelijk voorbeeld. We gebruiken naar hartelust uranium brandstofstaven, maar niemand weet wat we met het radioactief afval moeten doen. Als struisvogels begraven we het en hopen erop dat onze kinderen, of (achter)kleinkinderen er ooit raad mee weten… Voor bijna alle economische goederen is het zo: De kostprijs voor de gebruiker, is er slechts één voor de productie en de levering + winst, niet voor de werkelijke kost: het opruimen van de schade die we berokken bij het verwerven van de grondstoffen, de productie en het terug volledig afbreken van een product na gebruik.

Het is vandaag schier onmogelijk om te leven zonder ergens kosten te externaliseren. De koffie die ik daarnet loofde en die ondertussen in mijn maag verdwenen is mag dan wel Fair Trade en Bio zijn, hij is nog steeds met fossiele brandstof tot bij mij gekomen en die kerosine of diesel kan ik met de beste wil van de wereld niet terug herstellen. We doen het allemaal en er zijn slechts beperkte alternatieven. We weten het al lang: olie, kolen, gas en zelfs uranium geraken hoe dan ook op. Doen alsof dat niet zal gebeuren is redelijk naïef, maar tot op vandaag de meest courante omgangsvorm. De onderliggende drijfveer, is volgens mij het feit dat we in onze technologische en wetenschappelijke euforie, zijn vergeten dat we deel uit maken van een natuurlijk ecosysteem, dat ons niet nodig heeft om te bestaan, maar waar wij wel afhankelijk van zijn, hoe technologisch en ontwikkeld we ook mogen zijn. Het gekke van de zaak is dat alles waarvoor we ons vandaag voor op de borst kloppen, waar we fier over zijn omdat het ‘ons’ gelukt is, afgeleid is van natuurlijke elementen. De meeste uitvindingen, van vliegkunst tot moderne plastiek, zijn afgeleid van natuurlijke organismen bestuderen en kopiëren, of bestaande elementen hercombineren in de chemie. De alomtegenwoordige plastieken zakjes, waren ooit dinosauriërs of oervarens en zonder het natuurlijk ecosysteem zouden ze niet bestaan. De vliegkunst zou niet bestaand zonder heel lang naar vogels te hebben gekeken en eerst veelvuldig op onze smoel te vallen…

Ik pleit niet voor minder technologie maar voor het zoeken naar een nieuwe balans tussen technologie enerzijds en ons natuurlijk ecosysteem anderzijds. Elk organisme verandert een ecosysteem. Een regenworm bijvoorbeeld, zorgt ervoor dat de bodem luchtiger en humusrijker wordt. Een regenworm heeft in zijn leven een netto positieve bijdrage in het ecosysteem waarin hij leeft. De Mens, die zichzelf vaak ongenaakbaar waant, verandert relatief veel aan de ecosystemen waarin hij leeft maar zelden is die bijdrage netto positief. Ik pleit ervoor ons net als de regenworm, terug als een deel van dat ecosysteem te zien en te kijken op welke manier we onze aanwezigheid tot een netto winst voor het ecosysteem kunnen omvormen, in plaats van een eenzijdig consumeren van dat ecosysteem. De huidige trend voor ‘duurzaam leven’ is al een stap in de goede richting, maar voor mij nog niet voldoende. Duurzaam betekent ‘lang meegaan’ of vaak ‘minimale impact’. In het beste geval creëren we dus een status quo waarin we onze ecosystemen niet verder kapot gaan… Er is geen enkele andere soort organisme die een netto negatieve bijdrage heeft aan zijn ecosysteem. We hebben de technologie om sneller en efficiënter dan welk ander organisme dan ook, een positieve bijdrage aan ecosystemen te leveren. Recente experimenten in China en Chili tonen aan dat we zelfs op 10 jaar tijd een woestijn in een groene oase kunnen omtoveren als we dat echt willen. Ik denk dat dit de essentie is van zelfvoorzienend zijn: symbiose creëren met onze leefwereld, deze versterken zodat we daarmee onszelf versterken…

Sweet Chestnut

‘Prickly Nut Wood’ genaamd naar de Tamme Kastanje die een essentieel onderdeel is van het ecosysteem waarin hij leeft en waarvan hij zijn levensonderhoud heeft gemaakt.

Het is niet allemaal kommer en kwel, in tegendeel. Mede door het internet, boeken, auto’s en ferry’s om het uur zijn we vandaag in staat om goede voorbeelden te bezoeken om ons mee te inspireren. Ik kwam recent op het spoor van Ben Law. Ben is een ‘woodsman’, iemand die leeft van een bos. Ik denk niet dat er een Nederlands woord voor bestaat. Na eerst zijn boek ‘Living in a wood in the 21st century’ te hebben verslonden zijn we hem gaan bezoeken in zijn bos: Prickly Nut Wood in Lodsworth, UK.

Ben Law is een interessante mens. Hij leeft bijna volledig zelfvoorzienend en volledig ‘off-grid’ met zijn gezin en is dus niet aangesloten op elektriciteit, gas, riolering en water. Dat voorziet hij allemaal zelf door hout te stoken voor warmte, zonne-energie te gebruiken voor stroom en zelf zijn water te zuiveren. Verder heeft hij een beroep gecreëerd waarmee hij in het levensonderhoud van zijn gezin kan voorzien en waarmee hij een netto  positieve bijdrage levert aan het ecosysteem waarin hij werkt. Hij heeft de oude traditie van ‘hakhoutbeheer’ (‘coppicing’ in het Engels) een nieuwe leven ingeblazen en heeft daarmee doorheen de voorbije 27 jaar heel wat innovaties verwezenlijkt en zichzelf door ervaring expert ten velde gemaakt.

Een hakhout ('coppice') perceel met Tamme Kastanje die vorig jaar gehakt werd en krachtig terug opgeschoten is met nog wat onverwerkt hout op de voorgrond en en enkele 'standaard' bomen op de achtergrond.

Een hakhout (‘coppice’) perceel met Tamme Kastanje die vorig jaar gehakt werd en krachtig terug opgeschoten is met nog wat onverwerkt hout op de voorgrond en en enkele ‘standaard’ bomen op de achtergrond.

Hakhoutbeer komt er op neer dat percelen met boomsoorten die daar goed mee om kunnen om de zoveel jaren tot op de grond gehakt worden. Tegenwoordig niet meer met een bijl, maar met de kettingzaag. Ben gebruikt meer en meer een batterij-aangedreven kettingzaag, nu die technologie matuur wordt, vooral omdat het veel stiller en gezonder werken is. Afhankelijk van welke soort hout en wat men met het hout wil doen, kapt men een hakhoutperceel om de zoveel jaar. Dat noemt men ‘een rotatie’. Soms heeft men dunne stammetjes nodig voor tuinomheining (Hazelaar en Tamme Kastanje) of voor gereedschapsstelen (Es) en kapt men na 3 tot 5 jaar, en soms wil men dikkere stammen voor weidepalen (Tamme Kastanje) of om mee te bouwen (Tamme Kastanje, Eik, Lork, etc…). Dat kunnen dan stammen van 30 tot 60 jaar zijn. Ook in België bestaan er hakhoutbossen, maar het knotten komt bij ons meer voor (het op rotatie hakken bovenop de stam, meestal bij Wilgen, Essen, Beuken en Eiken). Knotten is arbeidsintensiever en gevaarlijker dan hakken op de grond, maar heeft het voordeel dat dieren kunnen grazen onder de geknotte bomen zonder deze te beschadigen. Ze lusten die jonge scheuten namelijk graag.

Ben Law

Ben Law

Hakhoutbeheer is ecologisch gezien een veel betere optie dan de tegenwoordig omnipresente ‘plantages’. Bij een plantage plant men 1 soort die men 2 of 3 maal uitdunt en dan finaal helemaal wegkapt met zware machines. Je komt ze in België vaak tegen: de plantages met dichte dennen voor planken of schrale populieren voor papier, pulp of biomassaproductie. Doordat er maar 1 soort gebruikt wordt, is er erg weinig biodiversiteit en na de kaalkap blijft er een opengereten en door machines aangedrukt maanlandschap achter met weinig ecologische waarde. Bij hakhoutbeheer worden er meer en meer terug paarden gebruikt bij de extractie van hout, die veel minder schade aan de grond toebrengen, wendbaarder zijn en bovendien veel stiller en dus aangenamer werken. Doordat er in de winter gehakt wordt, wanneer al het sap van de stammen in de wortels getrokken is, ondervindt de boom weinig schade van de kap en schiet deze de volgende lente terug sterk omhoog. De stronken in Ben’s bos zijn soms meer dan 100 jaar oud. Hij nam ‘Prickly Nut Wood’ over nadat het bos al generaties als een ‘coppice’ beheerd was, maar voor zijn komst lang tijd was verwilderd. Doordat de percelen zo vaak gekapt worden, krijgen bloemen eens om de zoveel jaar 1 tot 2 jaar lang de tijd om met de overvloed van licht massaal in bloei te komen. Prickly nut wood wordt dan ook vaak bezocht door biologen die er erg zeldzame soorten aantreffen. Enkele percelen kregen enkele jaren geleden ook de SSSI standaard. ‘Site of Specific Scientific Interest’ of sites met bijzondere wetenschappelijke waarde.

Een Tamme Kastanje 'coppice' die 7-10 jaar geleden laatst gekapt werd. De biodiversiteit op de site is niet te vergelijken met een plantage met o.a. Hulst en varens die erdoor komen, verschillende zeldzame mossen en bloemen die slapen om bij een volgende kap massaal omhoog te komen.

Een Tamme Kastanje ‘coppice’ die 7-10 jaar geleden laatst gekapt werd. De biodiversiteit op de site is niet te vergelijken met een plantage met o.a. Hulst en varens die erdoor komen, verschillende zeldzame mossen en bloemen die slapen om bij een volgende kap massaal omhoog te komen.

Ben bouwt verder op een traditie van hakhoutbeheer in Zuid-Engeland, maar gaat ook verder dan de traditie. Met het oog op meer biodiversiteit experimenteert hij met gemengde bossen, met combinaties van verschillende bomen en zowel hakhout als grote bomen die pas na 50 tot 120 jaar mogen gekapt worden, de zogenaamde ‘standaarden’, die essentieel zijn als habitat voor vogels en in het geval van Eik, tot 300 gespecialiseerde ongewervelde dieren. Hij krijgt daarvoor vaak hulp van universiteiten en verenigingen.

Economisch gezien kan Ben een wijd gamma producten maken uit zijn bos. Tuinhekken met geweven Hazelaar zijn al eeuwen vaste stek in Britse tuinen en weideafsluitingen, poorten en hekwerk uit Tamme Kastanje is een vaste afzetmarkt omdat het hout buiten tot 30 jaar mee kan gaan zonder dat het behandeld moet worden. Meubels maakt en verkoopt hij in de zomer, wanneer er niet gekapt wordt. Daarnaast produceeert hij brandhout en houtskool voor de barbecues in de lente en zomer, een lokaal kwalitatief alternatief  voor houtskool uit verre landen en bedenkelijke ecologische impact.

Houtskool branden duurt een 3-tal dagen en wordt gedaan in een traditionele 'Kiln' die aanwezigheid vergt tijdens de eerste nacht. Een proces waar Ben van geniet, bij de gezellige warmte van de Kiln genieten van de nachtelijke activiteit in zijn bos.

Houtskool branden duurt een 3-tal dagen en wordt gedaan in een traditionele ‘Kiln’ die aanwezigheid vergt tijdens de eerste nacht. Een proces waar Ben van geniet, bij de gezellige warmte van de Kiln genieten van de nachtelijke activiteit in zijn bos.

Sinds enkele jaren is hij zich ook gaan specialiseren in het bouwen van huizen met groen rondhout, een nieuwe versie van traditionele bouwtechnieken. Het lijkt op houtskeletbouw, maar dan met volledige palen die enkel ontschorst worden en verwerkt worden binnen het jaar na de kap, als ze nog vochtig zijn van het sap. Daardoor zijn ze vlotter te bewerken met de hand en zetten ze zichzelf vast tijdens het drogen. De combinatie van rondhout en groene bewerking levert een uiterst sterke constructie op die steeds populairder wordt. Ben’s eigen huis, dat via deze ’roundwood timber framing’ techniek gebouwd werd immens populair nadat het tot publieksfavoriet werd verkozen in het programma ‘Grand Designs’ op het britse Channel 4. Je kan dit filmpje (8 minuten) even bekijken om een idee te krijgen van hoe het huis en dus de techniek eruit ziet.

 

Ben Law toont één van de tijdelijke woonsten in zijn bos die elk jaar door een 'apprentice' bewoond wordt, opgetrokken uit groenhout van op het land.

Ben Law toont één van de tijdelijke woonsten in zijn bos die elk jaar door een ‘apprentice’ bewoond wordt, opgetrokken uit groenhout van op het land.

Ben slaagt erin om zichzelf en zijn gezin te handhaven met zijn natuurlijke en zelfvoorzienende levensstijl. Doordat hij zijn ervaringen deelt met andere via boeken, cursussen en jaarlijks opleiden van 2 ‘apprentices’, helpt en inspireert hij ook anderen om concrete stappen richting zelfvoorziening te zetten. Je kan zelfs in België leerlingen van hem aanspreken om je te helpen met groenhout te bouwen of om het zelf te leren. In zijn dorp Lodsworth, in West-Sussex was hij mede-initiatiefnemer van het gemeenschapsproject ‘Lodsworth Larder’, de buurtwinkel. De winkel is eigendom van de gemeenschap, draait grotendeels op vrijwilligers en werd door Ben, met hulp van de gemeenschap gebouwd met hout uit Lodsworth. Het project heeft verschillende prijzen in de wacht gesleept, zowel op sociaal als op architecturaal gebied. Het is een prachtige plek.

Foto’s van de Lodsworth Larder

Ben bewijst dat je geen weirdo moet zijn om in balans met de omgeving te leven, om zelfvoorzienend te zijn en om een netto sociale en ecologische meerwaarde te brengen tijdens je leven op deze planeet. Het zal niet iedereen geroepen zijn om in een bos te gaan wonen en werken, maar ik ben ervan overtuigd dat een shift naar meer natuurlijke vormen van wonen en werken een eerste stap is naar een meer gebalanceerde samenleving die technologie bewust gebruikt om een netto surplus te genereren. Een samenleving die zichzelf geen rad voor ogen draait door kosten te externaliseren en de struisvogel uit te hangen maar zijn creatieve vermogens gebruikt om in balans te evolueren, met alle andere organismen op de planeet.

Het begint bij het individu: waar ligt jouw passie en hoe kan je die omzetten tot een beroep waarmee je jezelf uitdaagt en ontwikkelt, waar je van kan leven en genieten, waarmee je een sociale bijdrage levert  én een netto surplus oplevert voor het ecosysteem waarin je woont en werkt? Up to you… And have fun!

Artikel oorspronkelijke elders gepubliceerd

Foto’s door Stijn De Winter, gelicenseerd onder creative commons licentie