PURE Milieutechniek: weerbaarheid via natuurlijke zuivering

Hebben we deze winter nog stroom of niet? Vandaag een actueel thema in onze media nu nog meer kernreactoren zijn stilgelegd en we meer dan 30% van onze elektriciteit in het buitenland moeten kopen. We zijn het goed gewoon hier in België: stekker in het stopcontact om even een toestel op te laden, de thermostaat een graadje hoger als het fris wordt, een huis vol schakelaars voor het licht en overvloedig warm water uit de kraan, het kan niet op. Of toch wel misschien? Ik heb het zelf lang niet in vraag gesteld tot ik in Afrika en Azië aan de lijve ondervond hoe het is om gerantsoeneerd met water en energie om te moeten gaan. In Kathmandu, Nepal heb je 4 uurtjes stroom per dag, als je geluk hebt. De rest van de dag is er dus geen kunstlicht, geen warm water tenzij via een primitieve zonneboiler op het dak, geen internet en zelfs vaak ook geen gsm verbinding. Water uit de kraan drinken is er ook niet bij, want het grondwater is er zwaar vervuild en de ondergrondse drinkwaterleidingen zijn lek, waardoor met fecaliën vervuild afvalwater gewoon in de waterleidingen sijpelt… Zo erg is het bij ons natuurlijk niet, maar hoe werkt het hier dan? Hoe is het mogelijk dat de regering van een van de meest ontwikkelde gemeenschappen in de wereld nu moet bespreken welke dorpen en steden men in Vlaanderen zonder elektriciteit zal zetten als er geen oplossing gevonden wordt voor de winter? Kunnen we misschien ook iets leren van de methoden die Nepalezen en Afrikanen gebruiken om in hun behoeften te voorzien?

Nakend gebrek is een aanleiding om eens na te denken over hoe het anders kan, hoe we minder afhankelijk en dus weerbaarder kunnen zijn voor externe invloeden zoals storingen in publieke of commerciële nutsvoorzieningen.

Ik ging op bezoek bij Marc Daelemans van PURE mileutechniek in Okselaar (Zichem) -pleitbezorger van burgerweerbaarheid via natuurlijke zuivering- om te leren het zo ver is kunnen komen. Marc is een internationale referentie als het op waterzuivering aan komt. Wat zonnepanelen, windturbines en houtkachels zijn voor lokale energievoorziening, zijn natuurlijke regen- en afvalwaterzuiveringsinstallaties voor onze water aan- en afvoer. Met zijn bedrijf legt hij in binnen en buitenland biologische zuiveringsinstallaties aan voor particulieren, organisaties en overheden. Voor we het over de praktische kant van natuurlijke zuivering hebben, vind ik het gepast even te bestuderen hoe onze huidige nutsvoorzieningen georganiseerd zijn.

België is bij uitstek een land van gecentraliseerde systemen. Bijna elk huis is aangesloten op meerdere netten van nutsvoorzieningen: elektriciteit en gas dat via de netten van Elia, Infrax en Eandis tot bij ons komt, coax kabel via Telenet en koper of glasvezel van Belgacom voor onze televisie en internet, leidingwater via één van de 12 regionale drinkwater maatschappijen dat na gebruik weer weg vloeit via gemeentelijke of intercommunale rioleringsnetten. Er is een evolutie om op steeds grotere schaal te werken. In het begin van de eeuwwisseling bijvoorbeeld, stonden de Antwerpse gemeenten nog zelf in voor hun eigen rioleringen, na 2005 verschoof het beheer steeds vaker door naar intercommunales.

Bouw van een klassieke riolering, vandaag de norm in Vlaanderen

Bouw van een klassieke riolering, vandaag de norm in Vlaanderen.

De reden om te centraliseren is vaak dat er schaalvoordelen optreden: grotere organisaties zijn meestal in staat om de kosten per eenheid (bijvoorbeeld een kubieke meter drink- of afvalwaterzuivering) te drukken. Het nadeel is dat we in ruil voor die schaalvoordelen, vaak ook een grotere afhankelijkheid krijgen. Men noemt dat ‘single points of failure’ die nu het best gedemonstreerd worden in onze energievoorziening. Neem je eigen zonnepanelen weg en jouw gezin heeft daar alleen last van, leg het handvol kernreactoren in Doel en Tihange plat en miljoenen mensen hebben daar impact van.

Economische kostprijs is echter niet de enige drijfveer om te centraliseren. ‘Controle’ is vaak minder zichtbaar als drijfveer, maar naar mijn eigen mening zeker zo belangrijk. Wanneer we naar commerciële instellingen kijken is controle over de markt door middel van een ‘marktaandeel’ vaak de primaire drijfveer voor een bedrijf. Een groter marktaandeel is doorgaans een belangrijke factor in de potentiële winst die men per kwartaal aan de aandeelhouders kan (moet) voorleggen. Kijk even hoe Telenet en Belgacom mekaar bekampen in hun marketing en je hebt een goed idee van de concurrerende dynamiek die zo ontstaat.

Als we over publieke of semi-publieke instellingen spreken (gemeentelijke-, intercommunale- en regionale nutsbedrijven) speelt deze dynamiek van controle ook. Je zou het ‘politiek marktaandeel’ kunnen noemen. Controle uit zich dan in de manier waar op de bestuursorganen en managementteams worden samengesteld: wie heeft wat te zeggen en welke politieke kleur heeft die persoon dan? Met de legislaturen die komen en gaan, verschuiven de verhoudingen analoog met de verkozen partijen en mandatarissen en daarmee dus ook het beleid.

Mensen zijn doorgaans behoudsgezind en dat zie je ook in de structuren die door mensen zijn gebouwd. Belgacom verdedigt zijn marktaandeel ten opzichte van concurrenten zoals Telenet en de kleinere spelers met alle mogelijk middelen. Belgacom moest politiek verplicht worden haar telefonie-infrastructuur (die ooit volledige publiek was) te delen met andere spelers. Als het aan hen gelegen had, hadden ze dat nog niet zelf gedaan waarschijnlijk. Een machtspositie geeft een zeker comfort voor de bezitter ervan, dat men doorgaans wil verdedigen.

Die behoudsgezindheid speelt ook in de politiek en in door politieke instanties bestuurde nutsbedrijven. De opdracht van de (semi) publieke nutsbedrijven is de burger van een zo goed mogelijke service voorzien tegen een zo laag mogelijke kostprijs. Het is echter heel erg moeilijk om die publieke doelstelling volledig los te koppelen van de individuele drijfveren van de mensen die deze opdracht via een rechtstreeks, of informeel politiek mandaat vervullen. Hun maatschappelijke positie, hun positie in de partij, hun loon, de onzekerheid van het politieke landschap in de volgende legislatuur, het speelt allemaal mee. Een sterkere organisatie die op een grotere schaal opereert en dus meer slagkracht heeft kan nuttig zijn voor de burger, maar zeker ook voor de individuen die daarmee meer macht, of inkomen verwerven. Het vergt ontzettend veel intern en soms ook extern leiderschap om de balans tussen individuele- en publieke belangen te bewaken. Het is aan de kritische burger om te oordelen of dat steeds voldoende gebeurt.

Dit probleem is niet nieuw. In 1891 schreef de toenmalige paus een een encycliek: Rerum Novarum. Hij stelde vast dat er enerzijds liberale politieke structuren bestonden die de individuele vrijheden zo bevochten dat via ongebreideld kapitalisme, er een grote verarming optrad van de gewone burger en een verrijking van een politieke en industriële elite. Anderzijds had je totalitaire staatssystemen waar de staat alles voor het individu regelde en de individuele vrijheden quasi nihil waren. Rerum Novarum pleitte voor subsidiariteit, waarbij verantwoordelijkheden zo laag mogelijk gelegd dienden te worden als een gebalanceerde oplossing tussen geen staat enerzijds en een totalitair regime anderzijds. Anders gezegd: laat de burger doen wat hij kan en collectiviseer pas vanaf het punt dat het werkelijk veel goedkoper / nuttiger is om te collectiviseren en dat ook nog eens in verschillende stappen. Van burger naar buurt, van buurt naar gemeenschap, van gemeenschap naar regio, van regio naar natie, van natie naar supranationaal.

Deze lange intro brengt ons tot bij de kern van het probleem: We zijn dat subsidiariteitsbeginsel, o.a. door controle geïnspireerde besturen even uit het oog verloren. Verschillende nutsvoorzieningen zijn bijna of compleet collectief, vaak ook commercieel. Onze water- en afvalwatervoorziening is ook bijna compleet gecollectiviseerd. Burgers of gemeenschappen die in hun eigen drinkwater of waterzuivering voorzien zijn een rariteit terwijl de kostprijs lager en de werkelijke waarde van een eigen of kleinschalige voorziening aanzienlijk hoger is. De kostprijs van een voorziening is relatief gemakkelijk te becijferen. Een eenvoudig biologisch filtersysteem voor afvalwater, zoals Marc het met PURE milieutechniek bouwt, begint bij een kostprijs van 4 tot 5000 euro. In vele gevallen is dat veel goedkoper dan de werkelijke kostprijs van een rioleringsaansluiting. De via belastingsgeld gebouwde collectieve systemen kosten zeker in rurale gebieden, dorpen dus, drie tot viermaal zo veel.

Voor mij is het element ‘waarde’ eigenlijk nog belangrijker dan ‘kostprijs’ als we over dit thema spreken. In ‘waarde’ zitten elementen zoals ecologie, weerbaarheid, esthetiek, levensduur, onafhankelijkheid, etc… In ons huidig drinkwatersysteem wordt water opgepompt, gezuiverd en geleverd op een niet duurzame manier. In Halle-Zoersel bijvoorbeeld, pompt men meer water op dan wat er natuurlijk terug aangevuld wordt. Dit betekent dat men steeds dieper moet pompen en dat bomen beginnen te sterven omdat hun wortels niet meer diep genoeg kunnen om aan de steeds dalende watertafel te geraken.

Ter zelfde tijd wordt ons hemelwater (neerslag) en afvalwater bijna overal samengebracht door een netwerk van betonnen rioleringsbuizen. Die buizen komen samen in mechanische zuiveringsinstallaties: grote, bijna industriële verwerking van afvalwater. Het probleem daarmee is dat water weggevoerd wordt, waardoor het niet langer het grondwater in bodem kan aanvullen, wat deels de oorzaak is van problemen zoals in Halle-Zoersel. Bij watersnood is de afvoer beperkt door het debiet van het systeem. Als er te veel water is bij hevige neerslag, overstroomt dat regenwater, gemengd met afvalwater dus in dorpen of uit het zicht is speciaal daarvoor ontworpen zones.

Anderzijds is het afvalwater dat in de mechanische zuiveringsinstallaties komt zo verdund door hemelwater, dat de rioolwater zuiveringssystemen niet kunnen werken. Je leest dit goed: die peperdure industriële installaties kunnen het water onvoldoende zuiveren omdat het te zuiver (verdund door regen) in deze installaties komt. Dat is een van de redenen waarom wij in Vlaanderen mee van de slechtste van de Europese klas zijn als het op oppervlaktewater kwaliteit komt (beken, plassen en rivieren).

Er is niets mis met industriële zuivering in druk bevolkte stedelijke gebieden met een geconcentreerde hoeveelheid afvalwater, daar zijn ze waarschijnlijk erg goede oplossingen voor. We hebben ze echter overal, tot in gehuchtjes toe. Het is deze eenheidsworst die momenteel een financiële en ecologische ramp betekent met op de koop toe een verhoogd risico op overstromingen, omdat we de natuur tegenwerken in het afvoeren van overtollig regenwater via een beperkt betonnen buizensysteem.

Het hoeft echter zo niet te zijn. In onze buurlanden Frankrijk en Duitsland bijvoorbeeld, gaat het er helemaal anders aan toe. De burger wordt er aangemoedigd zelf in zijn afvalwaterzuivering te voorzien en wordt er ook streng op gecontroleerd, strenger dan wij onze collectieve, niet-performante systemen controleren. Dat is globaal gezien goedkoper én waardevoller op vlak van ecologie en zelfredzaamheid van de burger. Bijkomend wordt het grondwater aangevuld dat de drinkwater bevoorrading ten goede komt en verwerkt iedereen zijn eigen hemelwater lokaal in plaats van via een collector die geregeld overstroomt bij noodweer, wat veel efficiënter is.

De regelgeving in Vlaanderen is gebouwd om collectieve mechanische systemen te promoten. Net deze systemen blijken behalve in grotere steden dan niet goed te werken. Wil je als burger zelf regenwater of afvalwater zuiveren, dan wordt je daar in afgeraden, soms zelfs verboden door lokale regels.

Ik pleit dus net als Marc, voor het promoten van subsidiaire systemen: doe zelf wat je op die schaal best kan en spoor je lokale politieke mandatarissen aan je daarin te steunen. Marc raadt iedereen aan een gescheiden afvoer van regen en afvalwater te voorzien met een goede voorzuivering: een septische put van minimaal 6000l capaciteit, 1500l per persoon. Dat is in Duitsland de norm. Betonnen putten zijn vlot verkrijgbaar, maar polyester zoals ze in Frankrijk veel gebruikt worden, is eigenlijk duurzamer. Het in beton benodigde cement vergt ontzettend veel energie om te vervaardigen en polyester putten gaan veel langer mee dan de betonnen. Een goede voorzuivering is de basis. Natuurlijke waterzuivering, op basis van riet- en/of moerasplanten geniet de voorkeur. Een gemiddeld gezin kan zo in de eigen afvalwater zuivering voorzien voor een prijs tussen 4 a 5000euro indien men beschikt over een afdoende voorzuivering met voldoende grote septische put voor alle afvalwaters en een gescheiden rioolstelsel.

Een kleinschalig natuurlijk zuiveringssysteem voor school De Regenboog.

Een kleinschalig natuurlijk zuiveringssysteem voor school De Regenboog.

Voor grotere groepen mensen, van 50 of meer personen werkt men niet langer met een septische put, maar met een vermaalpomp, dan slibcompostering met lage waterstand en daarna een plantenfilter met hoge waterstand. De nu gangbare technieken zijn fel geëvolueerd de laatste decennia en instituten zoals het gerenommeerde Max Planck Instituut deden er extensief onderzoek naar. Het grootste natuurlijke zuiveringsbekken ter wereld in Oman werd mede ontworpen door dipl. Ir. Wolf Dieter Rausch van PURE Milieutechniek en won in 2011 de wereld waterprijs, uitgereikt door Kofi Annan.

Het grootste natuurlijk zuiveringsstation ter wereld in Oman.

BMU-Nimr-Water-Treatment

reed-bed-watert-treatment-plant

Dichter bij huis werkt de Abdij van Averbode al 15 jaar tot grote tevredenheid met dit systeem. In de meeste gevallen is natuurlijke zuivering niet alleen goedkoper, het is ook veel waardevoller op andere domeinen…

Het natuurlijk zuiveringsstation van de abdij van Averbode

Het natuurlijk zuiveringsstation van de abdij van Averbode

Zelfs met de recente ontwikkeling inbegrepen, hebben we nog maar het begin van het ruim potentieel van natuurlijke zuivering ontdekt. Wist je dat riet dat in zuiveringsbekkens groeit, sneller en meer biomassa produceert (43 ton / ha/jaar) dan snelgroeiende bomen bestemd voor biomassa verbranding (3,2 ton / ha/jaar) en tevens dubbel zoveel calorieën oplevert bij verbranding (5600 – 6000 Kcal/kg)? De biomassa van zuiveringsbekkens is dus een betere brandstof dan bomen die voor dat doel gekweekt worden. Ook luchtzuivering met planten, lang enkel door NASA gebruikt, begint stilaan zijn weg naar de particuliere markt te vinden.

Bouw van een particulier rietveld (foto PURE Milieutechniek)

Bouw van een particulier rietveld.

PURE Milieutechniek begeleidt zowel particulieren als organisaties en lokale besturen in binnen- en buitenland in het ontwerpen en plaatsen van biologische drink- en afvalwater systemen. Ze zijn tevens in de laatste fase van de ontwikkeling van een biologisch luchtfilter. Je kan Marc Daelemans contacteren via de website van PURE Milieutechniek.

Artikel oorspronkelijk elders gepubliceerd

Alle rechten op de foto’s voorbehouden aan PURE Milieutechniek